joskevermeulen schreef:Het mobiliteitsplan is er nog niet, hoor!
Verkiezingspropaganda of niet, het is een goede blauwdruk van hoe het openbaar vervoer in Vlaanderen moet evolueren. Maar we moeten zoals joskevermeulen zegt realistisch zijn en beseffen dat niet alles tegen 2020 gerealiseerd kan worden, dat is gewoon ondenkbaar; we mogen al blij zijn als ze aan één vierde van de 800 kilometer tramsporen zullen geraken. Als we kijken naar de huidige legislatuur 2004-2009, dan zien we dat er ongeveer 10 kilometer extra tramspoor is aangelegd, dus 2 kilometer per jaar. Veel van die projecten zijn dan nog kleintjes ook, zoals de trambedding in de Prinses Clementinalijn aan Gent-Sint-Pieters, wat meer een bypass dan een verlenging is.
Eén van de troeven voor het welslagen van deze mobiliteitsvisie ligt bij Infrabel. Veel van de aangegeven verbindingen van het
{DESCRIPTION} is Infrabel-infstrastructuur. Het is de vraag in hoeverre Infrabel aan De Lijn een akkoord zal geven om hierop te gaan rijden. De kans is groot dat Infrabel zal zeggen dat het materieel van De Lijn te licht is om samen met zwaar materieel dezelfde sporen te delen, onder het mom van veiligheid.
Eigenlijk lonkt De Lijn naar de NMBS, omdat de NMBS geen interesse heeft in regionale lijnen en voorstadslijnen. Het kriebelt bij De Lijn. Ze hebben het gevoel dat ze deze verbindingen veel beter kunnen uitbaten. Bij sommige regionale lijnen zijn de perrons wel toegankelijker geworden en is er vernieuwd dieselmaterieel maar dat is dan weer traag bij het optrekken. In de weekends zien we vervolgens erbarmelijke tweeuurdiensten, wat absoluut archaïsch is, zeker voor voorstadslijnen. Ook aan automaten hebben ze blijkbaar nog nooit gedacht, terwijl De Lijn en de MIVB voor veel kleinere regionale binnenstedelijke lijnen massaal automaten uitrollen. De toekomst is aan lichter, sneller optrekkend materieel dat niet per se bemand wordt door zowel machinist als conducteur en met automaten op de perrons.
Voor TreinTramBus is het sowieso goed dat er een visie voorligt waar we in de toekomst naar kunnen verwijzen. Ons commentaar op het plan is ook gevraagd, wat een goede zaak is. Het is m.a.w. tijd om een debat op te starten en prioriteiten te leggen. Wij moeten er vervolgens op toezien dat er ook voldoende gerealiseerd wordt.