| Praktijktoets en beschouwing over het voorstadsnet Brussel |
| Geschreven door MOLENBRUCH Yves | ||||||||
| maandag, 08 maart 2010 11:38 | ||||||||
|
In 1989 vatte de eerste regering van het Brussels Gewest een ambitieus idee op om de toegenomen verkeersdrukte, die met de stadsvlucht van de voorafgaande decennia gepaard ging, het hoofd te bieden. De doelstelling was een geïntegreerd voorstadsnet, met frequente verbindingen en vlotte overstapgelegenheden. Het GEN (Gewestelijk Expresnet) was geboren, en uiteraard zou het spoor daarin een prominente rol gaan spelen: minstens vier stoptreinen per uur tijdens de spits op alle lijnen in een straal van 30 km rond de hoofdstad. Dat voorzag het plan althans, met 2012 als streefdatum. Om tegen dan een vlotte exploitatie te garanderen, dienden er in de loop der jaren diverse investeringen gedaan te worden. Eerst en vooral moest de sporencapaciteit van de zes drukste lijnen verdubbeld worden, om de GEN-treinen van het snelle verkeer te scheiden. De betrokken stopplaatsen zouden daarbij meteen ook opknapbeurt krijgen, evenals een aantal grote overstapstations in de ruime omgeving. Ten slotte beloofde de NMBS comfortabel rollend materieel, volledig aangepast aan de noden van spitsvervoer, dat met haar aantrekkelijk design een nieuw tijdperk zou inluiden. Anno 2010 nadert de vooropgestelde aanvangsdatum met rasse schreden, maar niemand ligt daar nog wakker van. Veel infrastructuurwerken zijn zelfs niet aan hun uitvoeringsfase toe, omdat vergunningen voor de rechtbank betwist worden, of liggen er onafgewerkt bij. Bovendien zijn de Desiro ML-stellen door aanhoudende aarzelingen te laat besteld, hoewel het oudste ingezette materieel inmiddels de respectabele leeftijd van 48 jaar bereikt heeft en op korte termijn aan vervanging toe is. Maar het kan nog erger, want zelfs over het traject van de toekomstige verbindingen is er onlangs weer discussie gerezen. Eigenlijk rest ons momenteel maar één zekerheid: het GEN-project is gedoemd om jaren vertraging op te lopen. Vandaag tracht ik met een praktijktoets de stand van zaken te schetsen. Het Jumpticket is daarbij de ideale partner, want voor amper 4,50 euro is onbeperkt overstappen in de zone Brussel een hele dag lang toegestaan. Door Sint-Job en Haren als bestemming resp. vertrekstation op de Go Pass in te vullen, permitteer ik me bovendien nog een heenreis via Halle, alsook een terugrit langs Vilvoorde. Het zal niemand verbazen: voor minder dan onderstaande 11 treinen doe ik het niet. 1533 Bilzen 10:52 - Brussel-Noord 12:20
De aanrijding tussen twee goederentreinen in Glons, gisterenavond, gebeurde voorbij de aftakking van lijn 24, zodat het reizigersverkeer op lijn 34 probleemloos zou moeten verlopen. Toch betrap ik mezelf er steeds vaker op dat ik het M6-materieel voor alle zekerheid probeer te mijden wanneer er een aansluiting op het spel staat, na een aantal negatieve ervaringen tijdens de voorbije maanden. De keuze voor IC E 1533 (Bilzen 10:52 - Brussel-Noord 12:20), één van de weinige ritten op deze verbinding waarvoor nog AM 96's voorzien zijn, ligt dus voor de hand. Ook hiermee zal ik vandaag echter niet zonder haperingen in Brussel geraken. Stel 525 kampt met een technisch defect, waardoor geen enkele deur van het middenrijtuig functioneert. In Hasselt wordt beslist om het uit de omloop de halen. Het andere treindeel, dat hier normaal aangekoppeld wordt, zal de rit alleen afwerken. Na een keurig georganiseerde perronoverstap beland ik in stel 445, een verdwaald bicourant exemplaar. Voorbij Leuven gaat het met deze trein nooit echt vlot. Vanop spoor zeven is lijn 36N immers onbereikbaar, zodat de reisweg tot voorbij Herent over de klassieke lijn loopt, op de hielen van de CityRail naar 's Gravenbrakel. Na een korte inhaalbeweging moet er dan in Diegem opnieuw gewisseld worden om in koker twee van de NZV terecht te komen. De dienstregeling voorziet echter zoveel reserve dat vertraging bij aankomst in Brussel-Noord uit den boze is.
Met L 3463 (Halle 13:07 - Sint-Job 13:21) draai ik de zuidelijke ringlijn op. Hier rijden heel de dag lang drie stoptreinen per uur, hoewel de reizigersaantallen op het eerste deel van het traject een dergelijke frequentie niet verantwoorden. Vooral de ritten die niet via Etterbeek rijden, zoals deze, zijn erg zwak bezet. Een onfrisse geur komt me al bij het instappen tegemoet. Alle vuilnisbakjes van het AM 86-stel 915 zitten blijkbaar overvol, zodat mijn voorgangers er niets anders op gevonden hebben dan hun afval achter te laten op de grond en zelfs op de banken. Een rotte peer en een leeg tetrabrikje houden me gezelschap. Samen zien we de vertraging beperkt blijven tot één minuut.
Met AM 253 als CR 5434 (Jette 14:13 - Brussel-West 14:21) gaat het stipt verder richting Weststation, dat sinds enkele maanden een nieuw knooppunt van het openbaar vervoer in Brussel zou moeten zijn. De verzadiging van de NZV dwong de NMBS er immers toe op zoek te gaan naar nieuwe uitvalsbasissen voor pendelaars. Tussen de metrobeddingen van de MIVB werd hier een treinhalte gebouwd, zodat overstappen tussen de verschillende vervoersvormen naadloos mogelijk is. Helaas blijft het succes voorlopig uit en valt het aantal treinreizigers tegen. Ik tel vandaag amper vier afstappers, mezelf inclusief. De redenen liggen voor de hand: het treinaanbod is erg karig, vooral tijdens de spits, en wie er wel vlot kan geraken heeft vervolgens nog meer dan 10 minuten nodig om met de metro het economisch centrum te bereiken, dat eerder in de oostelijke stadshelft ligt. Waag je trouwens vooral niet te ver buiten het station, want de omgeving oogt allesbehalve aantrekkelijk. Dit is hartje Molenbeek, dat de laatste maanden meermaals de voorpagina's haalde omwille van onveiligheid, criminaliteit en bendevorming op straat. Binnen de muren van het complex ziet alles er voorlopig echter nog onaangeroerd uit: er is zelfs nergens graffiti te bespeuren, noch stukgeslagen glas of andere beschadigingen. Eigenlijk is er in het treinstation gewoon niets of niemand, in tegenstelling tot in de metrogangen. Onvoorstelbaar, zeker als je bedenkt dat dit het resultaat is van een investering ter waarde van 3,5 miljoen euro. Misschien had men zich toch maar beter volledig geconcentreerd op een optimale ontsluiting van de Europese Wijk, die veel strategischer gelegen is.
Tussen alle voorstadsverkeer zorgt P 8606 (Brussel-Zuid 15:08 - Brussel-Luxemburg 15:27) voor een interessant intermezzo. Dit is de vroegste piekuurtrein van de nog erg prille avondspits, maar het traject naar Arlon is dan ook lang. Hoewel we onderweg twee minuten vertraging bij elkaar rijden, zitten de twee AM 96-stellen (waaronder 513) tijdens deze fase van de rit nog niet echt vol. Misschien zou een bijkomende stop in Etterbeek wel een meerwaarde kunnen betekenen, zeker op vrijdag, wanneer de studentenuittocht zich traditioneel al rond dit uur begint te manifesteren. Brussel-Luxemburg is een modern station, met een zonovergoten glazen inkomhal en propere ondergrondse perrons, gebouwd in de fundamenten van het Europees Parlement. Hier zou je met plezier op een vertraagde trein wachten. Gewoonlijk rijdt IR l 3914 (Brussel-Luxemburg 15:41 - Etterbeek 15:44) trouwens niet erg stipt, maar vandaag wordt hij amper zes minuten te laat aangekondigd, zodat mijn overstap niet in gevaar komt. Voor de tweede maal tref ik AM Q 810, dat er intussen een retourtje Binche heeft opzitten.
Van alle stations die vandaag de revue passeren, is Vilvoorde ongetwijfeld het meest bouwvallige. Verroeste infrastructuur, afgebrokkelde traptegels en een griezelig duistere onderdoorgang, zelfs Denderleeuw is er niets tegen. Het tocht hier ook enorm, maar gelukkig is de overstaptijd niet te ruim. Voor de meest verrassende samenstelling van de dag zorgt P 8256 (Vilvoorde 16:30 - Leuven 17:09). Tegenwoordig rijdt deze rit blijkbaar met twee AM B's, die vlak daarvoor IC M 2435 verzekerd hebben. Ik heb de stellen 368 en 358 daarstraks dan ook al gespot in Brussel-Luxemburg. Dit is zo'n typische gezellige piekuurtrein, waarin alle pendelaars elkaar door en door lijken te kennen, al was het maar van de gesprekjes die ze dagelijks aanknopen. Vandaag kunnen ze dat zelfs nog een minuutje langer doen dan gepland. Ik had er stiekem al wel opgerekend, en inderdaad: IC E 1515 (Leuven 17:10 - Bilzen 18:08) heeft een lichte vertraging, die mij dus een tijdwinst van ruim een kwartier zal opleveren. Al verloopt alles vandaag nog zo stipt, door zijn spoortechnisch ietwat complexe beweging tussen Leuven en Brussel ontspringt deze trein maar zelden de dans. Bijkomend probleem, zeker op vrijdagavond, is de zware overbezetting. Tientallen reizigers en haast evenveel koffers staan als sardienen in blik tegen elkaar gepropt op de gangplatformen, maar met enige moeite raak ik er nog bij. De moedige TBG onderneemt een eerste poging tot vertrek, maar durft na het sluiten van de deuren de AVG niet te draaien, omdat er intussen nog meer volk toestroomt richting de laatste geopende deur. Hij zou er zelf waarschijnlijk niet eens meer bijgekund hebben. Dan maar een tweede poging, waarbij een stationspersoneelslid voorstelt om de AVG te bedienen. De TBG wijkt af van de voorgeschreven procedure door zijn deur al te sluiten voordat de trein werkelijk in beweging komt, maar in dit geval is dat uit veiligheidsoverwegingen wel aangewezen. Voor de rest over hem geen kwaad woord, want hij neemt zijn job echt wel ter harte. Met net geen vijf minuten vertraging laten we Leuven uiteindelijk achter ons. Dit is trouwens de eerste gesleepte trein van de dag: vooraan verzorgt HLE 2744 de tractie van de M6-stormram. Met glans overigens, want de vertraging wordt uiteindelijk helemaal ingelopen. Onderweg maak ik de balans op van een rondje Brussel. Vooral qua infrastructuur is er ongetwijfeld nog een hele weg af te leggen: veel stations en stopplaatsen liggen er griezelig groezelig bij of zijn onafgewerkte bouwwerven. De frequentie van het treinaanbod is bovendien nog niet voldoende afgestemd op de werkelijke noden van de reizigers, zelfs op lijnen waar dat technisch wel al mogelijk is. Een ander onopgelost probleem is het gebrek aan comfort, zowel voor als na het opstappen. Toch is er tegenwoordig ook één grote troost waaraan iedere treinliefhebber zich dan weer kan optrekken: de stiptheid. Na een moeilijke winterperiode, met vooral in december en januari veel afgelastingen en monstervertragingen, lijkt alles dezer dagen weer min of meer op wieltjes te lopen. Vandaag bedraagt het stiptheidspercentage alvast 91%, want amper één trein deponeerde me met meer dan 5 minuten vertraging. De laatste keer dat ik zo'n goed treinrapport mocht afleveren, kan ik me zelfs niet meer herinneren, maar het moet alleszins maanden geleden zijn. Yves Molenbruch Commentaar (3)
![]()
FDD
said:
|
|
... Wat bedoel je met 'Denderleeuw is er niets tegen'? Hier is de onderdoorgang misschien niet de gezelligste, maar het station is prima onderhouden, geen verroeste toestanden, aankondigingsborden enz ... |
|
|
Brussel-West Toevallig was ik op 9 maart ook op verkenning in Brussel-West, en daar vielen me twee dingen op: geen dienstregelingen op de perrons en in de stationshal, en 2 ingeslagen vensters van de, overigens zeer mooie, wachtinfra. Het kan snel gaan ... |
|